Een nieuwe aanpassing aan het Vlaamse Vrijstellingsbesluit : wat nu met de verzekeringsplicht BA10 ?

Wat veranderde er in februari 2026?

In onze nieuwsbrief van maart 2026 gaven we reeds mee dat het Vrijstellingsbesluit gewijzigd werd waardoor bepaalde stedenbouwkundige handelingen die voorheen vergunnings- of meldingsplichtig waren, voortaan vrijgesteld werden van de vergunningsplicht.

Relevant in dit verband en meer specifiek was dat a) handelingen aan gevels en daken die de energieprestatie van het gebouw niet verslechteren en het fysiek bouwvolume niet wijzigen en b) bepaalde binnenverbouwingswerken door de wijziging vrijgesteld werden van vergunnings- of meldingsplicht ook als zij gepaard gingen met stabiliteitswerken.

Aangezien die werken niet langer vergunningsplichtig waren, werd ook de toepassing van artikel 4 van de Wet van 20 februari 1939 en de daaraan gekoppelde verplichte tussenkomst van een architect en BA10-verzekeringsplicht in vraag gesteld. Onze conclusie was dat voor dergelijke werken de medewerking van een architect wettelijk niet langer was vereist waardoor ook de Wet Peeters-Borsus niet van toepassing was.

Het eerdere artikel “De impact van het aangepaste Vlaamse Vrijstellingsbesluit op de verzekeringsplicht BA10” kan je hier nalezen.

Nieuwe verduidelijking: toch een architect nodig bij stabiliteitswerken

Na de wijziging van februari 2026 ontstond onduidelijkheid of minstens bezorgdheid: moest een bouwheer bij dergelijke vrijgestelde werken met stabiliteitswerken nog steeds een beroep doen op een architect en zo niet, bracht dit geen verregaande risico’s met zich mee?

De Vlaamse Regering heeft op 10 juli 2026 definitief beslist om de regeling opnieuw aan te passen. Volgens de toelichting bij die beslissing wordt, in afwachting van een mogelijke aanpassing van de federale Architectenwet (de Wet van 20 februari 1939), verduidelijkt dat een architect moet worden ingeschakeld als men voor bepaalde handelingen met stabiliteitswerken van de vrijstelling wil genieten.

Voor gevel- en dakwerken die de energieprestatie niet verslechteren en het fysiek bouwvolume niet wijzigen met stabiliteitswerken en voor binnenverbouwingen met stabiliteitswerken betekent dit dat de vrijstelling enkel geldt wanneer een architect wordt aangesteld voor het ontwerp en de controle van de werken.

Volgens de nieuwe tekst zijn de handelingen, vermeld in artikel 2.1, 2° en 4°, en artikel 3.1, 2° en 4°, vrijgesteld van de vergunningsplicht op voorwaarde dat, wanneer zij gepaard gaan met stabiliteitswerken, een architect wordt aangesteld voor het ontwerp en de controle van de werken.

Dit Besluit is op 26 augustus 2026 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Zij treedt 10 dagen na publicatie in werking, dus vanaf 5 september 2026.

Wat betekent dit concreet voor de bouwheer?

De boodschap is dus dat voor de betrokken vrijgestelde werken met stabiliteitswerken toch een architect moet worden aangesteld wanneer men van de vrijstelling wil genieten.

Indien de bouwheer geen architect aanstelt, voldoet hij niet aan de voorwaarden van de vrijstelling. In dat geval kan hij zich niet op de vrijstelling beroepen en moet worden nagegaan of de werken opnieuw vergunningsplichtig zijn.
Dit leidt tot een merkwaardige situatie :

Volgens de nieuwe regeling moet de bouwheer beroep doen op een architect om de werken te mogen uitvoeren zonder vergunning.

Doet hij geen beroep op een architect, dan zal hij desgevallend wél onder de vergunningsplicht vallen wat er dan toe leidt dat het in dat geval wél gaat om vergunningsplichtige werken waarvoor hij conform artikel 4 van de Wet van 20 februari 1939 toch een architect moet aanstellen …

Wat betekent dit voor de BA10-verzekering?

Voor de BA10-verzekering verandert deze nieuwe verduidelijking naar onze analyse niet echt iets. Het uitgangspunt blijft dat het voor de toepassing van de Wet Peeters-Borsus doorslaggevend is dat het gaat om vergunningsplichtige werken waarvoor conform artikel 4 van de Wet van ‘39 de medewerking van een architect is vereist.

Wanneer de bouwheer een architect aanstelt om te voldoen aan de voorwaarden van het Vrijstellingsbesluit, kan worden verdedigd dat de architect niet tussenkomt omdat er een vergunningsaanvraag moet worden ingediend en zijn medewerking dus is vereist op basis van artikel 4 van de Wet van ‘39, maar juist omdat de bouwheer de werken zonder vergunning wil kunnen uitvoeren. In die lezing heeft de aanpassing van het Vrijstellingsbesluit dus niet tot gevolg dat de verzekeringsplicht BA10 opeens opnieuw wél van toepassing wordt.

Prestaties die je in het kader van zulke vrijgestelde werken levert, dienen in principe worden aangegeven in sectie I van je polis en niet in sectie II.

Ook voor de andere bouwpartners lijkt de BA10-verzekeringsplicht in dat geval niet te gelden zodat de specifieke controletaak op BA10-attesten dan evenmin speelt.

Secret Link