Wet Peeters: welke aanpassingen aan het modelcontract architectuur hebben wij doorgevoerd?

De Wet van 31 mei 2017 betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat, de zogenaamde “Wet Peeters”, is op 1 juli 2018 in werking getreden.
Deze wet roept vele praktische vragen op, die nog niet allemaal kunnen beantwoord worden. 
Om onze verzekerden zo goed mogelijk te beschermen, heeft Protect haar voorbeeld-architectuurcontract aangepast aan de nieuwe vereisten van de Wet Peeters.

Deze aanvulling is doorgevoerd in januari 2018 – in die maand hebben we hierover ook een nieuwsbrief verstuurd – aangezien het overgrote deel van de woningbouwprojecten waarvoor begin 2018 de architectuurcontracten werden ondertekend, onder de Wet Peeters zouden vallen.

Sindsdien hebben wij de aanvullingen nog licht aangepast, rekening houdend met de evoluties sinds de inwerkingtreding van de Wet.

Controle door de architect en de bouwheer

Een van de nieuwe vereisten opgelegd door de Wet Peeters is de verplichting ten laste van de architect om, voor de start van de werken in kwestie, te controleren of de door de Wet geviseerde bouwpartners het verzekeringsattest kunnen voorleggen waarmee ze bewijzen dat ze de wettelijk verplichte verzekering van hun tienjarige aansprakelijkheid hebben afgesloten.
Ten gevolge van deze verplichting stellen wij voor artikel 2.3 van het voorbeeld architectuurcontract, dat betrekking heeft op de controleopdracht van de architect, als volgt aan te vullen:

De OPDRACHTGEVER en de ARCHITECT zullen, vooraleer de betrokken verzekeringsplichtige bouwpartner tussenkomt op de werf, een verzekeringsattest opvragen waaruit moet blijken dat diens tienjarige aansprakelijkheid zoals vastgelegd in artikel 1792 BW voor dit project is verzekerd. De OPDRACHTGEVER verbindt zich ertoe enkel bouwpartners toe te laten op de werf die dit attest voorleggen. Ten einde de ARCHITECT toe te laten zijn controleopdracht uit te voeren, zal de OPDRACHTGEVER de ARCHITECT tijdig op de hoogte brengen van de geplande tussenkomst van de verzekeringsplichtige bouwpartner.

De Wet voorziet dat deze attesten moeten worden voorgelegd zowel aan de architect als aan de bouwheer. Daarom hebben we in bovenstaande clausule dus benadrukt dat ook de bouwheer zijn verantwoordelijkheid moet opnemen om ze op te vragen.

Beëindiging contract bij niet-naleving door bouwheer

Ondanks deze wettelijke verplichting bestaat de kans dat bepaalde aannemers een dergelijke verzekeringspolis niet zullen onderschrijven.
In dat geval valt eveneens te vrezen dat het risico bestaat dat bepaalde bouwheren de betrokken aannemers niet zullen interpelleren, bijvoorbeeld door hen in gebreke te stellen dit attest voor te leggen.
Gezien de afwezigheid van contractuele band tussen de architect en de aannemer, kan de eerste van zijn kant de tweede evenmin verbieden de werken aan te vangen of voort te zetten.

Hierdoor hebben wij in artikel 8, dat betrekking heeft op de verplichtingen van de bouwheer, een clausule 8.10 toegevoegd ten einde een contractuele verplichting te creëeren in hoofde van de bouwheer, waarvan de niet-nakoming kan gesanctioneerd worden met de ontbinding van de overeenkomst te zijnen laste:

De OPDRACHTGEVER verbindt zich ertoe enkel bouwpartners op de werf te laten tussenkomen die beschikken over de verzekeringen die hen wettelijk worden opgelegd. Zo verklaart de OPDRACHTGEVER kennis te hebben van de Wet van 31 mei 2017 betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid, die hem verplicht voor woningbouwprojecten enkel die verzekeringsplichtige bouwpartners op de werf toe te laten die een verzekeringsattest tienjarige aansprakelijkheid kunnen voorleggen voor de werken die hun zijn toevertrouwd.

Niet-naleving van deze verplichting wordt aanzien als een ernstige tekortkoming in welk geval artikel 9.3 van toepassing is.

Het verzekeringsattest moet wettelijk gezien natuurlijk pas aanwezig zijn voor de start van de werken in kwestie en niet bij de aanstelling van de aannemer of de ondertekening van het aannemingscontract, maar wij raden aan dat er in elk geval reeds bij toewijzing een verbintenis wordt gevraagd vanwege de aannemer dat het attest tijdig zal worden aangeleverd.
Indien bepaalde aannemers hun verzekeringsattest niet overmaken, moet de architect dus zijn contractpartij, de bouwheer, aanmanen de aannemer in gebreke te stellen om dit voor te leggen.

Als de bouwheer vervolgens dit advies van zijn architect in de wind slaat, is de architect op basis van artikel 9.3 gerechtigd de overeenkomst voortijdig en eenzijdig te beëindigen. Dit artikel 9.3 voorziet in de mogelijkheid voor de architect om de opdracht eenzijdig te verbreken wegens ernstige tekortkoming van de bouwheer. Hij zal in dat geval geen schadevergoeding verschuldigd zijn aan de bouwheer maar zou daarentegen wel een vergoeding kunnen vorderen voor de gemiste inkomsten.

CONCLUSIE

Bij woningbouwprojecten heeft de architect nu ook een nieuwe taak, met name de controle van de verzekeringsattesten voor de aanvang van de werken. Het moet echter benadrukt worden dat ook de bouwheer in dat opzicht een verantwoordelijkheid draagt.
Op basis van ons aangepast voorbeeldcontract kan de beslissing van de bouwheer om een aannemer die geen verzekeringsattest heeft voorgelegd toe te staan de werken aan te vangen, als een ernstige contractuele wanprestatie worden beschouwd die een voortijdige beëindiging van de overeenkomst rechtvaardigt, met alle gevolgen te zijnen laste.

Het modelcontract architectuur kan je altijd vinden in de bibliotheek van MyProtect nadat je je hebt ingelogd. 

0
0
0
s2sdefault